Een date in het bos

Ik fiets over een bospaadje in de Utrechtse Heuvelrug. Volgens mijn telefoon ben ik er bijna. Mijn bestemming is een afgelegen boshuisje, waar ik een date heb met een meisje dat ik alleen ken van Tinder. Ze is hier op residentie, zo zei ze tijdens het chatten. Ik kende deze term niet, maar blijkbaar stuurt de kunstacademie talentvolle studenten naar dit soort huisjes, zodat ze in een inspirerende omgeving aan een artistiek project kunnen werken. Vooraf klonk het een avontuurlijk idee om hierheen te gaan. Nu de avond valt en de bomen onheilspellend ruisen in de wind, vraag ik me echter af of ik verstandig bezig ben.

De aankomst bij het huisje

Ik heb mijn nieuwe t-shirt van my brand aan. Er staat een doodshoofd erop. Hopelijk is dit geen voorteken van een noodlottige afloop van deze date. Het paadje wordt smaller en de bossen raken dichter begroeid. Plots zie ik nummer 21. Hier moet ik zijn. Is kloppen nodig, vraag ik me af als ik voor de deur sta. Mijn hart bonkt dermate luid tegen mijn ribbenkast dat ze mij ongetwijfeld al heeft gehoord. Zodra ze opendoet vervliegt mijn angst. Ze heeft geen lappenpop zonder hoofd in haar handen, evenmin bevindt zich een enge blik in haar ogen. Wel is ze iets minder aantrekkelijk dan op haar profielfoto, maar soit. Dat is voor mij als ervaren Tinderaar geen ontluisterende ontdekking meer. 

Angst en spanning

Ze heeft quiche gemaakt. Terwijl we aan tafel gaan, vertelt ze over haar verblijf in dit boshuisje. Een half jaar lang heeft ze hier gewoond om aan het afstudeerproject te werken, samen met drie andere kunststudenten. De rest is al naar huis. Voor haar is dit de laatste nacht. Ze gebruikt me een beetje, bekent ze, omdat ze het geen prettig idee vindt om de nacht hier alleen door te brengen. Een niet geheel subtiele uitnodiging om te blijven slapen, besef ik. Ik sta hier niet onwelwillend tegenover. Waar zij mij gebruikt om de angst uit haar avond te verdrijven, gebruik ik haar om wat spanning in mijn leven te brengen. We drinken en we zitten op vreemde meubels, die de residerende studenten door de jaren heen hebben geknutseld. Daarna kruipen we tegen elkaar aan en vallen in slaap. 

Zodra de ochtend daar is, spring ik op de fiets, met hetzelfde t-shirt van my brand aan. Ik weet dat ik haar nooit meer zal zien. We gebruikten elkaar slechts. Al klinkt dat wat negatief. We hielpen elkaar, dat klinkt beter, zoals de mutualistische relatie tussen een vogeltje en een krokodil. Ik beschermde haar tegen parasieten, zij gaf mij een slaapplek in de bek van een krokodil. Nu we allebei zijn geholpen vlieg ik weer weg, naar huis, op zoek naar nieuwe vormen van spanning en angst. Zij geven het leven kleur. 

Geef een reactie